Verwarm de oven voor op 230 ºC. Hak de naaldjes van 2 takjes rozemarijn, de salieblaadjes en de knoflook fijn. Wrijf de lamsracks in met het kruidenmengsel, 4 eetlepels olijfolie, zout en peper.
Leg de lamsracks in de braadslede. Leg nog een takje rozemarijn op elk stuk lam voor extra smaak. Leg de gratins op een bakplaat.
Bak de lamsracks 10 minuten in de voorverwarmde oven. Zet tegelijkertijd de gratins in de oven en bak ze volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Haal het lamsvlees na de eerste 10 minuten uit de oven en besprenkel het eventueel met wat extra olijfolie.
Zet het lamsvlees terug in de oven en bak nog eens 10 minuten op dezelfde temperatuur zodat de buitenkant knapperig is en de binnenkant mals. Zorg ervoor dat de laatste 5 minuten van de gratineertijd overlappen met de tweede braadtijd van het lamsvlees, zodat beide delen tegelijk klaar zijn.
Haal het lamsvlees en de gratins uit de oven. Laat het vlees 5 minuten rusten voordat je het in plakjes snijdt. Snijd de tomaten doormidden.
Leg het lamsvlees met de gratins op 4 borden. Garneer met de tomaten en bloemen. Besprenkel met de resterende olijfolie en bestrooi met zout en peper, indien gewenst.
Tip: Zorg ervoor dat de interne temperatuur van het lamsvlees 60°C is voor medium gaarheid. Gebruik een vleesthermometer om dit nauwkeurig te meten.