Bereid de gratins volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Meng de mayonaise met mosterd naar smaak. Snijd de augurk en kappertjes.
Maak de sardientjes schoon. Besprenkel ze met het limoensap en snijd ze in fijne reepjes. Snijd ook de koolrabi en/of radijs en de aardbei in reepjes. Hak de amandelen grof.
Breng de slagroom op smaak met de sojasaus en de zeevenkel. Roer er naar smaak wat kruidenolie door.
Leg de gratins op 4 borden. Besmeer ze met de mosterdmayonaise. Verdeel de augurk en kappertjes erover.
Beleg ze met de reepjes sardines, de groenten en de aardbei.
Bestrooi met de amandelen. Garneer de gratins rondom met de kruidencrème.
Tip: Liever zonder vis? Vervang de sardientjes door reepjes gebakken portobello melasse.