Nieuws

  • Van Bintje naar Agria

Van Bintje naar Agria

Geplaatst op 05/09/2013

Als je op straat mensen vraagt welke aardappel zij kennen, dan is de kans groot dat men het Bintje noemt. Een enkeling zal de Eigenheimer noemen, maar daarmee houdt de aardappel-kennis van de gemiddelde Nederlander toch al snel op. Hoe zit het nu precies?

Bintje en Eigenheimer…
Bij Aviko gebruiken we nog maar een heel klein volume Bintje. De Eigenheimer hebben we nooit verwerkt. Welke rassen verwerkt Aviko dan wel? En waarom die specifieke rassen wel en Bintjes of Eigenheimers niet? Eerst de Eigenheimer; een heel bloemige aardappel die vooral in het oosten van het land onder oudere generaties erg wordt gewaardeerd als tafelaardappel. Lekker kruimig en bloemig waardoor hij lekker veel jus opneemt. Tegelijkertijd zorgt deze kruimigheid ervoor dat er moeilijk een fatsoenlijk frietje van te bakken is. Dan het Bintje. Jarenlang was Bintje hét aardappelras in Nederland; geschikt als lekkere tafelaardappel én je kon er frites en zelfs chips van maken. Echt een multi-purpose-pieper dus.

Het Bintje bleef populair totdat er problemen ontstonden met de teelt ervan. Het ras bleek gevoelig voor aard- appelmoeheid; een bodemgebonden ziekte waarbij 'aaltjes' in de grond ontstaan en zich vermeerderen. Deze aaltjes, een soort kleine wormpjes, vreten aan de wortels van de aardappelplant, waardoor de opbrengst door de jaren heen gaandeweg steeds lager wordt. Er ontstond behoefte aan rassen die resistent waren tegen deze bodemziekte. Daarnaast kregen we met de komst van de quick-service restaurants in Europa steeds meer vraag naar langere frites. Voor een lang frietje heb je een grote aardappel nodig en ook wat dat betreft was het Bintje te klein om in die behoefte te voorzien. De Nederlandse en West-Europese aardappel-kweekbedrijven ontwikkelden daarop nieuwe rassen. Zo kwamen er rassen met specifieke eigenschappen en kwaliteiten, zowel voor de tafel-aardappel-markt als voor de fritesmarkt, maar ook speciale rassen waarvan je weer heel goed chips kunt maken.

De Agria
De Agria is zo'n speciaal voor de fritesproductie ontwikkeld ras, die het erg goed doet. Een prachtig lange ovale vorm, waar je mooie lange frites uit kunt snijden. De vleeskleur van de Agria is uitgesproken geel, wat in West-Europa ook erg wordt gewaardeerd. Want eenmaal gebakken hebben frites van de Agria een prachtig gouden kleur. Het zusje van de Agria, de Victoria, is minder geel van kleur  - maar nog steeds een hele goede  'frieter.' Beide rassen worden bij uitstek voor verse frites gebruikt. Ook doen beide rassen het goed in de foodservice, de retail en de cafetaria.

De invloed van buiten
Maar er zijn nog meer 'smaken'; met de komst van diezelfde quick service restaurants kregen we Amerikaanse invloeden in Europa. De Amerikanen zijn aardappelen gewend met een wittere vleeskleur. Voor die markt, en voor de export naar landen waar de wat wittere vleeskleur wordt gevraagd, zijn er rassen zoals o.a. de Innovator en de Markies.

Beschikbaarheid
Niet alle aardappelen zijn het gehele jaar beschikbaar; zo beginnen we het nieuwe seizoen vaak met rassen als Première (de naam zegt het al) en de Fontane, terwijl de Agria en Victoria weer heel geschikt zijn voor een lange opslag en tot juni/juli van het volgende jaar kunnen worden bewaard. Zodoende hebben we het hele jaar tot aan de volgende oogst voldoende aardappelen tot onze beschikking.

In de puree

Aviko maakt naast frites ook andere producten op basis van puree, zoals aardappelkroketten, Pom'Duchesse, Hashbrowns, Rösti etc. Voor dat soort producten wordt o.a. Bintje en Asterix gebuikt. En zo zoekt Aviko bij ieder product de meest geschikte grondstof en de beste aardappelrassen om een optimale kwaliteit te kunnen leveren.